Smurrie

With apologies to my English friends and readers, I’d like to share a short story of mine written in Dutch. It was published in Babel Magazine this month, a publication affiliated with the Humanities Department of the University of Amsterdam.

The illustration is by the talented Winona van den Bosch

Attached to this story comes an interesting tale of its production: I originally wrote it last year, when I was reading Neil Gaiman’s excellent bundle of short stories, Trigger Warning, and wanted to try my hand at something similar. This year, I sent the story in to be judged for the Harland Awards, where it was ranked at the very bottom. The judges did not like it one bit. Naturally, I was discouraged, so it was with some apprehension that I ended up sending Smurrie in to Babel. WhatI’m trying to say is that this story taught me something about being a writer, or an aspiring writer. Never give up.

18920187_1489159954470137_6910401704936881559_n

Text available under the cut.

Van het ene op het andere moment zat ik vol smurrie. Van buiten zag je niks, maar ik voelde het dikke stroperige spul klotsen in mijn binnenste. Ik was een ballon vol modderig water. Ik bewoog niet, want ik dacht dat de smurrie dan naar buiten zou druipen uit mijn neus en mijn mond en mijn ogen en mijn oren. Mijn hand een grijze veeg achter op de deurklink.

Ik fietste naar de huisarts. Met elke beweging voelde ik mijn binnenste klotsen, zwart en vloeibaar waar stevig vlees en botten en bloed hadden moeten zitten. ‘Och ja’, zei de dokter. Zijn ogen waren groot en bloeddoorlopen. Hij maakte een paniekerig gebaar met zijn handen, en ik concludeerde dat ik niet mocht gaan zitten. Ik keek hem aan, voelde mijn ogen dobberen in de prut onder mijn huid. ‘Ja, het is smurrie.’ Zover was ik ook al wel. ‘Valt er wat aan te doen?’ Hij schudde meewarig het hoofd: ‘Het lijkt me beter als je nu weggaat.’

De volgende ochtend raakte het doucheputje verstopt met smurrie die van mij af was gedruppeld. Ik behandelde de afvoer met gootsteenontstopper, maar het mocht niet baten: het putje was geen putje meer. Ik draaide de douche dicht voordat hij kon overlopen. De smurrie leek nu wel door mijn huid heen te dringen, bijtend als zuur maar zonder wonden te maken. Het sijpelde door me heen, en ik voelde dat ik vol gaten zat. Ik was bang dat er een vlieg zou binnenkomen. Een vlieg zou zo door de smurrie heen bij mij naar binnen kunnen vliegen, en gaan zoemen in mijn hoofd. Het ging niet snel genoeg. In mij groeide de smurrie, werd hij dikker en zwaarder, maar de afvoer schoot niet op. Alleen het dunne residu, het grijze, waterige spul, kwam eruit. Ik begon op te zwellen, mijn huid trekkerig en klam. Ieder moment kon ik als een overrijpe vrucht of een overvolle ballon uit elkaar spatten.

 

In het middelste laatje van mijn bureau lag een mes. Een stanleymes dat ik gebruikte om stoffen mee te snijden, voordat ik ze onder de naaimachine omtoverde in zachte pastelkleurige niemendalletjes, die je absoluut niet met vieze vingers hoorde aan te raken. Zeker niet als je zo vies was als ik, van binnen en van buiten.

Het was zwaar om mezelf erheen te hijsen. Het was bijna onmogelijk om met mijn worstvingers het laatje open te trekken. Het handvat werd gitzwart van mijn vingertoppen, alsof ik een fles inkt had omgestoten. Daar lag het mesje. Ik brak het botte uiteinde van het lemmet af en testte de scherpe kant op mijn vingertop. Waar een vuurrode druppel bloed had moeten opwellen verscheen een zwarte vlek. Ik kon er niet te lang naar kijken. Het was een wormgat. Mijn eigen lichaam ging me verslinden. Het moest eruit. Ik moest eruit. Ik zette de punt van het mes op mijn huid, precies op de ader op mijn pols, en trok het mes naar beneden richting de holte van mijn elleboog.

Het bloedde niet. Ik dacht aan moeders, op het moment dat hun eerste kind geboren wordt, op het moment dat hun lichaam zich verder opent  dan ze ooit voor mogelijk hielden. De smurrie baande zich een weg naar buiten, nu verbazingwekkend samenhangend. Het sijpelen van de afgelopen uren was verleden tijd. De smurrie was een grote massa geworden, vaag langs de randen en verstuivend in de lucht als de pollen van een bloem, zonder dat de deeltjes ooit losraakten van elkaar.

Ik zuchtte diep toen het hele gedrocht zich van mij had losgemaakt. Mijn handen waren weer wendbaar en smal. Ik pakte het boek op waar ik al in had willen lezen sinds de hele ellende begonnen was, maar  kon het niet lezen. De woorden, glashelder voor mijn scherpe ogen, hadden geen betekenis meer. Ik had mijn ziel losgesneden.

Geheel zonder afschuw of angst keek ik toe hoe mijn smurrie zich een weg baande door mijn kamer, langs en onder en door alles heen. Het druppelde met gemak onder de kier van mijn deur door, mijn ouders en mijn zusje tegemoet. Ik kon niets doen om hen te redden. Ik was dood.

Advertisements

One thought on “Smurrie

  1. Anneke Luger says:

    Ik vind het een eng verhaal, maar dat is ook de bedoeling denk ik. Zijn Harry Potter en Dr Who ook inspiratiebronnen?xxx Didi

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s